Algemene voorwaarden voor Kinderopvang

Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2014
Geldig vanaf 1 maart 2014

ARTIKEL 1 -Definities 3
ARTIKEL 2 -Toepasselijkheid 4
ARTIKEL 3 -Informatie verstrekking 4
ARTIKEL 4 -Aanmelding 4
ARTIKEL 5 -Aanbod 4,5
ARTIKEL 6 -De Overeenkomst 5
ARTIKEL 7 -Annulering 5
ARTIKEL 8 -Plaatsingsgesprek 5
ARTIKEL 9 -Duur en verlenging van de Overeenkomst 5,6
ARTIKEL 10 -Einde van de Overeenkomst 6
ARTIKEL 11 -Toegankelijkheid 6,7
ARTIKEL 12 -Wederzijds verplichtingen 7
ARTIKEL 13 -Verplichtingen van de Ondernemer 7
ARTIKEL 14 -Verplichtingen van de Ouder 7
ARTIKEL 15 -Wijziging van de Overeenkomst 7,8
ARTIKEL 16 -De prijs en wijziging van de prijs 8
ARTIKEL 17 -De betaling / Niet – tijdige betaling 8
ARTIKEL 18 -Toepasselijk recht en bevoegde rechter 8
ARTIKEL 19 -Klachtenprocedure 8,9
ARTIKEL 20 -Geschillenregeling en de wettelijke klachtenregeling voor

kinderopvang 9
ARTIKEL 21 -Nakomingsgarantie 9
ARTIKEL 22 -Aanvullingen 10

BIJLAGE 1 -Nadere regeling van de verplichtingen van de ondernemer 11
BIJLAGE 2 -Nadere regeling nakomingsgarantie 12
ARTIKEL 1 -Definities

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

Aanvangsdatum: De overeengekomen datum waarop de Kinderopvang aanvangt.
Buitenschoolse opvang: Kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen
in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan,
waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse
schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de
schoolvakanties.
Dagopvang: Kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen
tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen.
Geschillencommissie: De geschillencommissie kinderopvang.
Ingangsdatum: De datum waarop de overeenkomst is aangegaan.
Kindercentrum: Een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt (anders dan
gastouderopvang).
Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en
bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag
van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor de
kinderen begint.
Ondernemer: Natuurlijke of rechtspersoon die een kindercentrum exploiteert.
Ouder: De bloed-of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder van het
kind op wie de kinderopvang betrekking heeft.
Oudercommissie: Advies-en overlegorgaan ingesteld door de ondernemer,
bestaande uit een vertegenwoordiging van ouders wiens
kinderen in het kindercentrum worden opgevangen.
Overeenkomst: De overeenkomst van de kinderopvang tussen de ouder en de
ondernemer.
Partijen: De ondernemer en de ouder.
Schriftelijk: Onder schriftelijk wordt ook ‘elektronisch’ verstaan, tenzij de
wet zich daartegen verzet.
ARTIKEL 2 – Toepasselijkheid

1.
Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op de totstandkoming en uitvoering
van de Overeenkomst.
2.
De Overeenkomst wordt gesloten tussen de Ondernemer en de Ouder.
ARTIKEL 3 – Informatie verstrekking

1.
Indien een Ouder interesse heeft in de mogelijke plaatsing van zijn kind in een
Kindercentrum, verstrekt de Ondernemer de Ouder een informatiepakket, waarin de
Ondernemer een omschrijving van de dienstverlening in het Kindercentrum
verstrekt, die voldoende gedetailleerd is om de Ouder bij zijn oriëntatie op de markt
in staat te stellen een nadere keus te maken tussen verschillende Kindercentra.
2.
Het informatiepakket wordt Schriftelijk verstrekt en bevat ten minste de elementen
genoemd in bijlage 1 bij deze Algemene Voorwaarden, dan wel een verwijzing naar de
plaats waar de stukken ter inzage liggen.
3.
Na kennisname van het informatiepakket heeft de Ouder de mogelijkheid zich aan te
melden bij de Ondernemer als geïnteresseerde voor Kinderopvang.
ARTIKEL 4 – Aanmelding

1.
De Ouder meldt zich via een inschrijfformulier aan bij de Ondernemer als
geïnteresseerde voor Dagopvang of Buitenschoolse opvang voor zijn kind(eren) voor
een bepaalde tijdsduur.
2.
Op het inschrijfformulier geeft de Ouder aan of hij ermee instemt dat het in artikel 5
bedoelde aanbod en/of de Algemene Voorwaarden eventueel elektronisch aan hem
worden verstrekt.
3.
De Ondernemer bevestigt Schriftelijk de ontvangst van de aanmelding.
4.
Op de aanmelding zijn de inschrijfvoorwaarden van de Ondernemer van toepassing.
5.
De aanmelding verplicht noch de Ouder noch de Ondernemer tot het aangaan van
een Overeenkomst. De aanmelding moet slechts worden gezien als het verzoek van de
Ouder aan de Ondernemer om een aanbod te doen met betrekking tot een
overeenkomst tot het verlenen van Kinderopvang.
6.
Na ontvangst van de aanmelding kan de Ondernemer de Ouder direct een aanbod
doen. Het is ook mogelijk dat de Ondernemer de Ouder op een wachtlijst plaatst.
7.
Bij plaatsing op een wachtlijst stelt de Ondernemer de Ouder hiervan Schriftelijk in
kennis. Zodra een Ouder in verband met zijn rang op de wachtlijst daarvoor in
aanmerking komt, zal de Ondernemer de Ouder alsnog een aanbod als bedoeld in
artikel 5 doen.
ARTIKEL 5 – Aanbod

1.
Naar aanleiding van de aanmelding kan de Ondernemer de Ouder een aanbod doen.
2.
Het aanbod bevat gegevens over de Ondernemer, een omschrijving van zijn
dienstverlening,
alle elementen genoemd in bijlage 1 bij de Algemene Voorwaarden, dan wel een
verwijzing naar de plaats waar de stukken ter inzage liggen, alsmede:
-de ( vermoedelijke ) naam en ( vermoedelijke )geboortedatum van het kind;
-de beschikbare Aanvangsdatum;
-de beschikbare opvangsoort en de beschikbare locatie;
-de aangeboden handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg,
mits de Ouder daarom bij aanmelding heeft verzocht en de Ondernemer beschikt

over de mogelijkheden daartoe;
-de prijs behorende bij het aanbod;
-de wijze van betaling en eventuele meerkosten van afwijkende betalingswijzen;
-de annuleringsvoorwaarden, waaronder de annuleringskosten;
-de looptijd van de Overeenkomst;
-de geldende opzegtermijnen;
-de reactietermijn met betrekking tot het aanbod;
-een verwijzing naar de toepasselijkheid van deze Algemene Voorwaarden;
-een dagtekening.

3.
Het aanbod vindt Schriftelijk plaats en gaat vergezeld van de Algemene Voorwaarden.
4.
Het aanbod, voor aanvaarding waarvan de Ondernemer de Ouder een redelijk termijn
stelt, is gedurende de reactietermijn onherroepelijk. Indien de reactietermijn is
verstreken vervalt het aanbod.
ARTIKEL 6 – De Overeenkomst

1.
De Overeenkomst komt tot stand door aanvaarding door de Ouder van het door de
Ondernemer gedane aanbod.
2.
De Ouder aanvaardt het aanbod Schriftelijk. De datum waarop de aanvaarding door
de Ondernemer is ontvangen, is de Ingangsdatum van de Overeenkomst.
3.
De ondernemer bevestigt de ontvangst van de aanvaarding Schriftelijk.
4.
Binnen het kader van de overeenkomst komt de ondernemer de vrijheid toe de
Kinderopvang naar eigen inzicht in te vullen.
ARTIKEL 7 – Annulering

1.
De Ouder heeft het recht de Overeenkomst te annuleren vanaf de Ingangsdatum tot
de Aanvangsdatum.
2.
De Ouder is voor annulering kosten verschuldigd.
3.
De hoogte van de annuleringskosten bedraagt nooit meer dan de verschuldigde
betaling over de voor de Ouder geldende opzegtermijn als bedoeld in artikel 10 lid 4
sub a.
ARTIKEL 8 – Plaatsingsgesprek

1.
De Ondernemer nodigt de Ouder tijdig voor de Aanvangsdatum uit voor een gesprek.
2.
In dit gesprek komt het volgende aan de orde:
a.
De voor de Kinderopvang benodigde specifieke gegevens van de Ouder en zijn
kind; waaronder de benodigde Burger Service Nummer(s).
b.
De aanvang en duur van de wenperiode;
c.
De algemene of tijdelijke aandachtspunten en bijzonderheden voor de specifieke
opvang van het kind (dagritme, voeding, ziekte, medicatie, ontwikkeling en
dergelijke);
d.
De individuele wensen van de Ouder en dat daarmee rekening gehouden
wordt voor zover dit redelijk mogelijk is;
e.
De wijze van communicatie;
f.
Het maken van uitstapjes;
g.
Het maken van foto’s en/of video’s van het kind;
h.
De wettelijke aansprakelijkheid van de Ouder voor schade veroorzaakt door
zijn kind. En daarnaast, in geval van Buitenschoolse opvang:
i.
De elementen genoemd in bijlage 1 bij deze Algemene Voorwaarden, onder 5 sub
h.
3.
De Ondernemer bevestigt de tijdens het plaatsingsgesprek gemaakte afspraken
Schriftelijk aan de Ouder.
ARTIKEL 9 – Duur en verlenging van de Overeenkomst

1.
De Overeenkomst wordt aangegaan voor de maximale termijn van het
overeengekomen type Kinderopvang.
2.
De maximale termijn voor Dagopvang duurt tot de leeftijd waarop het kind
basisonderwijs volgt.

3.
De maximale termijn voor Buitenschoolse opvang duurt van de leeftijd dat het kind
basisonderwijs kan volgen, tot de dag waarop het voortgezet onderwijs voor het kind
begint.
4.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen Partijen een kortere duur
overeenkomen van maximaal één jaar.
5.
Na afloop van de Overeenkomst die conform lid 4 is aangegaan voor een kortere duur
dan de maximale termijn, kunnen Partijen de Overeenkomst verlengen. Verlenging
vindt niet stilzwijgend plaats.
6.
Een verlenging van de Overeenkomst wordt Schriftelijk overeengekomen.
ARTIKEL 10 – Einde van de overeenkomst

1.
De Overeenkomst eindigt van rechtswege door het verstrijken van de in de
Overeenkomst opgenomen termijn.
2.
Daarnaast eindigt de Overeenkomst door (tussentijdse) opzegging door één van
partijen.
3.
De Ondernemer is slechts bevoegd de Overeenkomst op te zeggen op grond van een
zwaarwegende reden. Als zwaarwegende redenen worden in ieder geval aangemerkt:
a.
De situatie dat de Ouder gedurende één maand in verzuim is ten aanzien van zijn
betalingsverplichting;
b.
Voortduring van situaties als genoemd in artikel 11 lid 2 sub a en c;
c.
De situatie genoemd in artikel 11 lid 2 sub b;
d.
De omstandigheid dat de Ondernemer vanwege een niet aan hem toerekenbare
oorzaak langdurig of blijvend niet meer in staat is de Overeenkomst uit te voeren;
e.
Een bedrijfseconomische noodzaak die de continuïteit van de locatie waar het kind is
geplaatst in gevaar brengt.
4.
Opzegging vindt plaats door middel van een aan de andere Partij gerichte
gemotiveerde Schriftelijke verklaring en
a.
met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, in geval van opzegging door
de Ouder;
b.
met inachtneming van een redelijke termijn, welke minimaal één maand bedraagt, in
geval van opzegging door de Ondernemer;
c.
met onmiddellijke ingang in geval van opzegging door de Ondernemer op grond van
artikel 10 lid 3 onder a.
5.
Gedurende de opzegtermijn duurt de betalingsverplichting van de Ouder voort.
De opzegtermijn gaat in op de datum waarop de Ouder of de Ondernemer de
verklaring van opzegging heeft ontvangen. De verklaring wordt geacht te zijn
ontvangen op de datum van het poststempel op de enveloppe van de opzeggingsbrief,
op de datum van de e-mail waarmee de verklaring is verstuurd of op de datum
waarop de elektronische verklaring is verstuurd, tenzij in de verklaring een latere
datum is genoemd.
6.
Anders dan door het verstrijken van de overeengekomen termijn en anders dan door
opzegging, eindigt de Overeenkomst met onmiddellijke ingang in geval van overlijden
van het kind.
ARTIKEL 11-Toegankelijkheid

1.
De locatie waar het kind is geplaatst, is in beginsel toegankelijk voor het kind zolang
hierover overeenstemming bestaat tussen Ondernemer en Ouder.
2.
De Ondernemer heeft het recht het kind en/of de Ouder de toegang tot de locatie te
weigeren voor de duur van de periode dat een normale opvang van het kind
redelijkerwijs niet van de Ondernemer mag worden verwacht en het kind niet op de
gebruikelijke wijze kan worden opgevangen. Bijvoorbeeld omdat:
a.
Het kind door ziekte of anderszins extra verzorgingsbehoeftig is;
b.
Het kind en/of de Ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of
lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen, na te zijn gewaarschuwd, tenzij
een waarschuwing redelijkerwijs niet van de Ondernemer mag worden verwacht;
c.
De opvang van het kind een normale opvang van de andere kinderen onevenredig
verzwaart of belemmert.

3.
Ingeval de Ondernemer het kind en/of de Ouder de toegang tot de locatie weigert,
treedt de Ondernemer met de Ouder in overleg om te zoeken naar een voor alle
Partijen acceptabele oplossing voor de situatie.
4.
Indien de Ouder het niet eens is met de beslissing van artikel 11 lid 2 om toegang te
weigeren en het overleg met de Ondernemer niet tot een oplossing heeft geleid, kan
hij deze beslissing aan de Geschillencommissie voorleggen met het verzoek het
geschil volgens de verkorte procedure als bedoeld in het Reglement van de
geschillencommissie Kinderopvang te behandelen.
5.
Tijdens de verkorte procedure mag de Ondernemer de plaats niet opzeggen.
ARTIKEL 12 – Wederzijdse verplichtingen

1.
Partijen dragen samen zorg voor een adequate informatie-uitwisseling over het kind.
2.
Partijen dragen de verantwoordelijkheid voor het kind op de volgende wijze aan
elkaar over:
a.
Bij Dagopvang: de Ouder is bij het brengen verantwoordelijk voor het kind en de
Ondernemer bij het ophalen, tot het moment dat partijen er redelijkerwijs van uit
mogen gaan dat de overdracht van verantwoordelijkheid daadwerkelijk heeft plaats
gevonden.
b.
Bij Buitenschoolse opvang: de wijze waarop het kind naar de Buitenschoolse opvang
komt en deze verlaat, bepaalt de overgang van verantwoordelijkheid voor het kind.
Partijen maken hierover Schriftelijk afspraken.
ARTIKEL 13 – Verplichtingen van de Ondernemer

1.
De Ondernemer is op grond van de Overeenkomst gehouden om Kinderopvang te
leveren onder de overeengekomen voorwaarden.
2.
De ondernemer staat er voor in dat:
a.
De Kinderopvang die onder zijn verantwoordelijkheid plaatsvindt:
-overeenstemt met de geldende wet-en regelgeving;
-verricht wordt overeenkomstig de eisen van goed vakmanschap en met
gebruikmaking van deugdelijk materiaal;

b.
Een Kindercentrum dat onder zijn verantwoordelijkheid valt, geschikt is voor een
verantwoorde opvang van kinderen, zowel wat betreft personele als materiële
voorzieningen. Een nadere regeling van de wijze waarop de Ondernemer voldoet aan
zijn verplichtingen genoemd in artikel 13 lid 1 is vastgelegd in bijlage 1. Deze bijlage
maakt integraal onderdeel uit van deze Algemene Voorwaarden.
3.
De Ondernemer houdt rekening met de individuele wensen van de Ouder voor zover
dit redelijkerwijs mogelijk is.
ARTIKEL 14 – Verplichtingen van de Ouder

1.
De Ouder meldt bijzonderheden van medische aard of in de ontwikkeling van het
kind reeds bij de aanmelding.
2.
De Ouder draagt zorg dat de Ondernemer beschikt over alle gegevens die van belang
zijn voor de bereikbaarheid van de Ouder.
3.
De Ouder houdt zich aan de regels die binnen het Kindercentrum gelden.
4.
De Ouder onthoudt zich van enige gedraging die de uitvoering van de Overeenkomst
van de zijde van de Ondernemer verzwaart en draagt zorg dat zijn kind zich hiervan
ook onthoudt.
5.
De Ouder brengt en haalt het kind op tijd en draagt zorg voor de nakoming van deze
verplichting door anderen die het kind namens hem brengen en halen.
6.
De Ondernemer legt de bevoegdheid van anderen dan de Ouders om het kind van de
Kinderopvang te halen schriftelijk vast indien de Ouder daarom verzoekt.
7.
De Ouder betaalt de Ondernemer conform de daarover gemaakte afspraken en
binnen de betalingstermijn, althans draagt hiervoor de verantwoordelijkheid.

ARTIKEL 15 – Wijzigingen van de Overeenkomst

1.
De Ondernemer heeft het recht om de Overeenkomst eenzijdig te wijzigen op grond
van zwaarwegende redenen. Zwaarwegende redenen zijn in ieder geval wijziging van
wet-en regelgeving dan wel bedrijfseconomische omstandigheden die de continuïteit
van de locatie waar het kind is geplaatst in gevaar brengen.
2.
Wijzigingen van de Overeenkomst kondigt de ondernemer tijdig van te voren aan, met
een termijn die minimaal één maand bedraagt.
3.
In het geval dat de wijziging van de Overeenkomst leidt tot een wezenlijke wijziging
van de te verlenen Kinderopvang, dan heeft de Ouder de bevoegdheid om de
Overeenkomst te ontbinden met ingang van de dag waarop de wijziging in werking
treedt.
ARTIKEL 16 – De prijs en wijziging van de prijs

1.
De prijs die de Ouder voor de Kinderopvang moet betalen wordt vooraf
overeengekomen.
2.
De Ondernemer is bevoegd om de overeengekomen prijs na drie maanden na de
Ingangsdatum aan te passen, waaronder te verhogen. De Ondernemer kondigt een
dergelijke prijswijzigingen van te voren aan. De prijswijziging gaat niet eerder in dan
één kalendermaand, vermeerderd met één week na de aankondiging.
ARTIKEL 17 – De betaling / Niet-tijdige betaling

1.
De Ouder betaalt op basis van een Schriftelijke factuur en uiterlijk op de factuur
vermelde betalingsdatum. Een eventueel beroep op een gestelde borg staat gelijk aan
een betaling. De factuur wordt kosteloos verstrekt.
2.
Indien een Ouder betaalt aan een door de Ondernemer aangewezen derde geldt dit
voor de Ouder als bevrijdende betaling. De aanwijzing door de Ouder van een derde
die voor het doen van betalingen dient zorg te dragen, staat niet aan de
aansprakelijkheid van de Ouder voor (tijdige) betaling in de weg. Een eventuele
betaling door een derde voor de Ouder geldt wel als een bevrijdende betaling door die
Ouder.
3.
Bij gebreke van volledige en tijdige betaling is de Ouder van rechtswege in verzuim.
4.
De Ondernemer zendt na het verstrijken van de betalingsdatum een Schriftelijke
betalingsherinnering en geeft de Ouder de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst
van deze betalingsherinnering alsnog te betalen. Verder waarschuwt de Ondernemer
de Ouder in deze betalingsherinnering voor de opzeggingsbevoegdheid van de
Ondernemer op grond van 10 lid 3 sub a. Deze betalingsherinnering moet minimaal
14 dagen vóór de datum waarop die bevoegdheid ontstaat zijn verzonden.
5.
Als na het verstrijken van de termijn genoemd in de betalingsherinnering nog steeds
niet is betaald, brengt de ondernemer rente in rekening vanaf het verstrijken van de
in de factuur genoemde uiterste betalingsdatum. Deze rente is gelijk aan de
wettelijke rente.
6.
Door de Ondernemer gemaakte buitengerechtelijke kosten om betaling van een
schuld van de Ouder af te dwingen, kunnen aan de Ouder in rekening worden
gebracht. De hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten is onderworpen aan
wettelijke grenzen.
7.
Een gedane betaling strekt in de eerste plaats ter voldoening van de verschuldigde
kosten en rente en vervolgens ter voldoening van de oudst openstaande schulden.
ARTIKEL 18 – Toepasselijk recht en bevoegde rechter

1.
Nederlands recht is van toepassing op de Overeenkomst.
2.
De bevoegde Nederlandse rechter is bevoegd te oordelen over de Overeenkomst, niet
tegenstaande de bevoegdheid van de Geschillencommissie, zoals bedoeld in artikel 20
om van een in dat artikel genoemd geschil kennis te nemen.

ARTIKEL 19 – Klachtenprocedure

1.
Klachten over de uitvoering van de Overeenkomst moeten Schriftelijk, volledig en
duidelijk omschreven worden ingediend bij de Ondernemer én tijdig, doch uiterlijk
binnen twee maanden nadat de Ouder de gebreken heeft geconstateerd of
redelijkerwijs heeft kunnen constateren. De Ouder moet de klacht indienen binnen
bekwame tijd nadat hij het gebrek in prestatie heeft ontdekt of redelijkerwijze had
behoren te ontdekken, waarbij een klacht binnen een termijn van twee maanden na
ontdekking tijdig is.
2.
De Ondernemer behandelt de klacht overeenkomstig haar interne
klachtenprocedure. Bij het opstellen of wijzigen van deze procedure heeft de
Oudercommissie adviesrecht conform het bepaalde in de Wet Kinderopvang.
3.
Indien de klacht niet in der minne kan worden opgelost ontstaat een geschil dat
vatbaar is voor de geschillenregeling van artikel 20.
ARTIKEL 20 – Geschillenregeling en de wettelijke klachtenregeling voor Kinderopvang

1.
Geschillen tussen Ouder en Ondernemer over de totstandkoming of de uitvoering van
de Overeenkomst kunnen zowel door de Ouder als door de Ondernemer aanhangig
worden gemaakt bij de Geschillencommissie Kinderopvang, Bordewijklaan 46,
Postbus 90 600, 2509 LP Den Haag, (www.sgc.nl).
2.
Geschillen die betrekking hebben op dood, lichamelijk letsel of ziekte zijn uitgesloten
van behandeling door de Geschillencommissie. Indien letselschade of ziekte
aantoonbaar het gevolg is van het handelen of de nalatigheid van de Ondernemer, is
een geschil over de gevolgen daarvan in relatie tot deze Algemene Voorwaarden
(bijvoorbeeld een doorbetalingsverplichting) wel ontvankelijk; de letselschade zelf
niet. Voor de letselschade zelf staat de gang naar de rechter open.
3.
Een geschil wordt door de Geschillencommissie slechts in behandeling genomen,
indien de Ouder zijn klacht eerst bij de Ondernemer heeft ingediend.
4.
Uiterlijk drie maanden nadat een klacht een geschil is geworden, (zie artikel 19 lid 3),
moet het geschil bij de Geschillencommissie aanhangig worden gemaakt.
5.
Wanneer de Ouder een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is de
Ondernemer aan deze keuze gebonden. Indien de Ondernemer een geschil aanhangig
wil maken bij de Geschillencommissie, moet hij de Ouder schriftelijk vragen zich
binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee akkoord gaat. De Ondernemer dient
daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken van voornoemde termijn vrij
zal achten het geschil bij de rechter aanhangig te maken.
6.
De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het
voor haar geldende reglement. Het reglement van de Geschillencommissie wordt
desgevraagd toegezonden. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding
verschuldigd. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden bij wege van
bindend advies. Voor marginale toetsing van dit bindend advies staat de gang naar
de rechter open.
7.
Uitsluitend de rechter dan wel de hierboven genoemde Geschillencommissie is
bevoegd van geschillen kennis te nemen.
8.
Indien de Ouder zulks wenselijk acht, kan hij een klacht indienen bij een
klachtencommissie volgens de wettelijke klachtenregeling voor kinderopvang.
Het is in dat geval niet vereist, in afwijking van artikel 20 lid 3, dat de klacht eerst bij
de Ondernemer wordt ingediend.
ARTIKEL 21 – Nakomingsgarantie

1.
De Brancheorganisatie Kinderopvang staat volgens de nadere regeling
nakomingsgarantie (bijlage 2) garant voor de nakoming van de bindende adviezen
van de Geschillencommissie Kinderopvang, die betrekking hebben op geschillen met
een bij hen aangesloten Ondernemer, tenzij deze het bindend advies binnen twee
maanden na verzending daarvan ter toetsing voorlegt aan de rechter en het vonnis,
waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart, in kracht van gewijsde
gegaan is.

2.
Deze nakomingsgarantie van Brancheorganisatie Kinderopvang geldt alleen voor
uitspraken jegens haar leden.
ARTIKEL 22 – Aanvullingen

Individuele aanvullingen dan wel uitbreidingen van deze Algemene Voorwaarden, moeten
Schriftelijk tussen de Ondernemer en de Ouder overeengekomen worden.
Bijlage 1

Nadere regeling van de verplichtingen van de ondernemer uit artikel 13 van de Algemene
Voorwaarden voor Kinderopvang – Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2014.

De Ondernemer voldoet aan zijn verplichtingen genoemd in artikel 13 lid 2 door er onder
meer voor zorg te dragen dat de onderneming beschikt over:

1.
Een pedagogisch beleidsplan dat de kenmerkende wijze van omgang met kinderen en
hun ouders omschrijft;
2.
Reglementen/stukken die het beleid weergeven met betrekking tot hygiëne,
veiligheid, kindermishandeling, medisch handelen, ziekte en privacy;
3.
Een reglement dat het functioneren van de Oudercommissie regelt;
4.
Een reglement dat de klachtenprocedure regelt;
5.
Een overzicht van, dan wel informatie over, de volgende elementen van de
kinderopvang:
a.
soort opvang, mogelijkheden voor flexibele opvang en eventuele extra
diensten;
b.
informatie aangaande de groep, de getalsverhouding tussen groepsleiding en
het aantal kinderen per leeftijdscategorie, en de beschikbare ruimte;
c.
informatie-uitwisseling, vorm en frequentie, waaronder het aantal
oudergesprekken dat in principe per jaar plaatsvindt;
d.
de te verstrekken voeding;
e.
mogelijkheden voor het maken van specifieke afspraken over ontwikkeling,
verzorging en voeding;
f.
openingstijden en -dagen en eventueel verplichte minimumafname;
g.
de tijden waarop de kinderen worden ontvangen en de opvang verlaten;
h.
in geval van Buitenschoolse opvang:
.
de mogelijkheden tot het deelnemen aan externe activiteiten, bijvoorbeeld
op het gebied van sport of muziek.
.
de mogelijkheden voor overbrugging van de afstand tussen school en
Kindercentrum of school en externe activiteit, zoals de wijze van vervoer,
al dan niet onder begeleiding.

.
de mogelijkheden voor overbrugging van de afstand tussen Kindercentrum
en thuis, of externe activiteit en thuis, zoals het al dan niet zelfstandig
naar huis gaan.

.
de opvang tijdens vakantiedagen en extra vrije dagen van de school.

i.
de plaatsingsprocedure;
j.
de aard en omvang van de wenperiode;
k.
een eventueel reglement waarin de huisregels van het Kindercentrum zijn
vastgelegd;
l.
de geldende prijs;
m. de wijze van betaling en eventuele meerkosten bij afwijkende betalingswijzen;
n.
de annuleringsvoorwaarden, waaronder de annuleringskosten;
o.
de inschrijfvoorwaarden, waaronder de inschrijfkosten;
p.
de geldende opzegtermijnen.

Bijlage 2

Nadere regeling van de nakomingsgarantie uit artikel 21 van de Algemene Voorwaarden voor
Kinderopvang – Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2014
Geldig tot 1 juli 2015

Brancheorganisatie Kinderopvang heeft een geschillenregeling tot stand willen brengen met
een nakomingsgarantie die enerzijds aangeeft welke zekerheden de consument uit die
regeling mag verwachten en die anderzijds de continuïteit van de brancheorganisatie niet in
gevaar brengt. Als uitgangspunt geldt dat de consument een beroep kan doen op de
nakomingsgarantie van de Brancheorganisatie Kinderopvang indien de ondernemer door
een uitspraak van de Geschillencommissie in het ongelijk is gesteld en tot betaling aan de
consument moet overgaan, maar dit om welke reden dan ook niet doet. Deze
nakomingsgarantie van Brancheorganisatie Kinderopvang geldt alleen jegens haar leden.

1.
Er wordt een maximumbedrag gesteld voor de nakoming per uitspraak van 10.000
euro. Ook wordt een maximumbedrag van de nakoming gesteld voor een totaal van
meerdere uitspraken bij één ondernemer, die hetzelfde inhoudelijk geschil naar
aanleiding van dezelfde gebeurtenis betreffen. Het gaat dus om individuele geschillen
als gevolg van eenzelfde gebeurtenis bij dezelfde ondernemer. De maximale financiële
nakoming in die situatie bedraagt 50.000 euro per ondernemer.
2.
Als de uitspraak van de Geschillencommissie een hoger bedrag toekent dan het
maximumbedrag van de nakomingsgarantie, zal Stichting Nakoming Kinderopvang
(SNK) actie ondernemen om in het kader van
de nakomingsgarantie voor het resterend deel van het bedrag (het meerdere) een
incassoprocedure c.q. gerechtelijke procedure te starten ten behoeve van de
consument. Het incassotraject dat ten behoeve van de consument wordt uitgevoerd
en de mogelijk daarop volgende juridische stappen komen voor rekening van SNK. De
incassokosten en andere juridische kosten zullen door SNK
verhaald worden op de ondernemer.
3.
Bij het van start gaan van de Geschillencommissie geldt de nakomingsgarantie voor
alle geschillen binnen de twee hiervoor genoemde voorwaarden (maximumbedrag en
garantie van een invorderingsverplichting bij een hoger bedrag). In die gevallen
behoudt SNK een vordering op het desbetreffende lid. Het is aan SNK deze vordering
te innen. Het hiermee gepaard gaande incassotraject en de mogelijk daarop volgende
juridische stappen komen voor rekening van SNK. De incassokosten en andere
juridische kosten zullen door SNK verhaald worden op de ondernemer.
4.
Indien de situatie van faillissement, surseance van betaling en/of bedrijfsbeëindiging
zich voordoet, is de nakomingsgarantie niet van kracht zolang het geschil nog niet ter
zitting is behandeld. Dus: indien vóór indiening van het geschil of vóór de zitting
sprake is van één van deze situaties, dan doet de Geschillencommissie geen
uitspraak. Als deze situatie ontstaat nadat het geschil ter zitting is behandeld, dan
geldt de nakomingsgarantie zoals geformuleerd onder 1 en 2.
5.
Als aantoonbaar is gebleken dat de ondernemer het bindend advies niet zelf nakomt,
noch het bindend advies binnen twee maanden na de verzending ervan ter toetsing
voorlegt aan de rechter, dan kan de consument een beroep doen op de
nakomingsgarantie. De uitbetaling door SNK tot het maximaal door haar uit
te keren bedrag (zie punt 1) geschiedt binnen een termijn van één kalendermaand.
Het verhaal traject voor het eventueel resterende bedrag wordt binnen diezelfde
termijn van één kalendermaand gestart en zo spoedig mogelijk afgerond.